2019.04.04 De dynamiek van de voorlopigheid (de troost van het alledaagse) toelichting Jan Verachtert

De dynamiek van de voorlopigheid (De troost van het alledaagse)

Zullen wij na ons afscheid aan deze wereld vergaan tot louter stof, of voortbestaan als zuivere geesten, of wedergeboren worden als persoon, geen dode is het ons komen doorvertellen. Feit blijft alvast dat wij mensenkinderen bij definitie ‘voorlopige wezens’ zijn, sterfelijk, eindig in onze huidige gedaante.

De tweede overweging onder deze toelichting, zal draaien rond het feit dat wij in ons onzekere ondermaanse bestaan uit noodzaak zoeken naar ankers, naar ijkpunten.

En welke ankers dan wel? Waar vinden wij enige vastigheid? Dat zal meteen het derde en laatste punt van bezinning zijn.

1.Eerst het aspect van onze absolute voorlopigheid. Tijdelijk en nooit definitief verworven zijn ten allen tijde onze visies, onze inzichten, onze overtuigingen. Tenzij wij vastgeroeste godsdienstfanaten zouden geworden zijn, pilaarbijters, moraalridders of gewoonweg ziekelijke conservatieven.

Even voorlopig en kwetsbaar zijn wij op emotioneel vlak, in de relatie met onszelf, met onze partners en met iedereen die wij op onze levensweg ontmoeten.
Tenzij wij ons voortijdig verschanst zouden hebben in onze ivoren toren, vroegtijdig afgestompt en jammerlijk cynisch geworden.
En ook onze attitudes zijn altijd maar voorlopig, dat zijn: onze fundamentele ingesteldheden, onze drijfveren, onze manieren van in het leven te staan en te handelen. Idealiter moeten die attitudes tot op onze laatste dag uitgezuiverd worden, herzien, aangescherpt. Tenzij wij niet langer zouden willen groeien, wat gelijkstaat met kiezen voor een voortijdige dood.
Voorlopigheid ervaren in zovele dingen, het is het lot van de voorbijgangers die wij zijn, in dit eindige leven, in onze kwetsbaarheid en gedeeltelijke gebrokenheid, voortdurend voortbouwend op de scherven van wat was, en altoos op weg naar een onzekere toekomst.
Dat noemt men in de filosofie wel eens onze ‘tragisch-heroïsche zijnsconditie’.

2. Ze verplicht ons om nooit de moed op te geven, nooit bij de pakken te blijven zitten. Vandaar onze zoektocht naar vastigheid, groeiend zelfvertrouwen, blijvende verbondenheid met die ons dierbaar zijn en meer en meer ook de zorg om onze goede aarde. Het deel aan voorlopigheid en onzekerheid dat we daarbij voortdurend ervaren moedig onder ogen zien, in de overtuiging dat een en ander bij ons mens-zijn hoort en ons aller lot is.

En derhalve de speurtocht ondernemen naar waardevolle ijkpunten, voorlopige maar nuttige wegwijzers, oriëntaties, kompassen. Onder meer door met eerbied en respect te leren luisteren naar wijze raadgevers, voorgangers, gevorderden op de levensweg, ook en vooral wanneer zij menen ons terecht te moeten wijzen.
Met als leidraad deze treffende woorden van Prediker: “Je kunt beter luisteren naar de verwijten van de wijze, dan naar de toejuichingen van dwazen. (7, 5)”.

Ankers in het leven zijn bij definitie erg dynamisch, ze verschillen van mens tot mens, van levensfase tot levensfase, van cultuur tot cultuur. Mijn ijkpunten zijn niet die van jou, zijn niet die uit mijn prille idealistische jeugdjaren, zijn niet die van mijn moslimburen.
Waardevol zullen ze zijn in de mate dat ze verbindend werken. Of ze nu profaan zijn of spiritueel. Of de twee dooreen.

3.Toen Jan en ik dat laatste wat concreter wilden maken, kwamen wij dus uit bij zeer diverse vormen van persoonlijke en collectieve ankers.
Kriskras door mekaar kwamen wij tot volgende bedenkingen. Wij zijn begonnen bij Fifi.
Voor vele mensen kan zo’n vaste waarde het geliefde huisdier zijn, het schoothondje Fifi, bijvoorbeeld voor een oudere dame in haar rusthuiszetel. Maar het kan ook een diepe verbondenheid zijn met de anderen in het rusthuis, of met je kleinkinderen en andere bezoekers. Of met al wat voor jou onaantastbaar is, heilig. Het een kan moeilijk hoger ingeschat worden dan het andere. En toch…
Jongere mensen zullen misschien tot rust komen door verre reizen te ondernemen, maar de tocht naar Compostella aanvatten geeft meer garanties op diepe groei dan een veertiendaagse op een luxe cruiseschip.
Hoe zinvol is je keuze geweest voor een beroepsactiviteit? Heb je je laten leiden door de zinvolheid van het werk, of door de wedde, de fabriekswagen en de platte carrièrekansen?
Heb je genoeg ruimte behouden om vrijwilligerswerk op te nemen? Of lig je het ganse weekend uitgeteld op de bank? Ben je nog vatbaar voor intrinsieke schoonheid, aan de rand van de weidse zee of op een hoge alp? Of gewoon voor de zielenadel van een liefhebbende partner of vriend of vriendin?
Geniet ik volop van het samenzijn met kinderen en kleinkinderen, met name aan tafel, ’s avonds na volbrachte dagtaak? Peter Adriaensens heeft er onlangs nog voor gepleit in de media en ik denk dat hij gelijk heeft: de gezinstafel moet in ere hersteld worden. Het gezin als hoeksteen van de samenleving, het lijkt me nog altijd een doel om na te streven…
En welke waarden geef ik mee in dat gezin, of dat nu het originele gezin is of weder samengesteld uit de puinhopen van het amoureuze verleden? Horen mijn disgenoten ons bij gelegenheid discussiëren over de Rechten van de mens, Amnesty International, 11.11.11 of Broederlijk Delen? Van vaste waarden gesproken! Of beperkt onze leefwereld zich integendeel tot sport en spel?

Op een dieper vlak nog situeren zich de ijkpunten van religieuze aard. Dat kan de persoonlijke band zijn met de Verrezen Heer, of de inspiratie vanuit Taizé en gelijkaardige bezinningsplaatsen, of het geloof in de oecumene, binnen de christelijke kerken of breder doorgetrokken in de samenwerking, al of niet in meditatiemodus, met wie gelooft in translevens-beschouwelijke ontmoetingen. Op basis van een “uitgezuiverd geloof”, welke dat ook weze. En alleszins via de herhaalde ego-chec: wat ik zopas zei, voelde of deed , kwam dat voort uit liefde, uit warmte? Uit betrokkenheid?
Voor allen geldt het woord van Augustinus: “De langste reis is de reis naar binnen”. En elders verklaarde dezelfde kerkvader: “Bemin en doe wat je wil”; daarmee bedoelde Augustinus dat al wat gedaan wordt vanuit een goed hart, wél gedaan is. Zwijg je, zwijg dan uit liefde; spreek je, spreek dan vanuit liefde; wijs je iemand op fouten, doe het uit liefde. Alleen vanuit liefde wordt alles zinvol en waardevol.” Als ik een klein verschil heb gemaakt in het leven van anderen, heb ik niet voor niks geleefd en zal ik hopelijk de dood zien naderen als een vertrouwde vriend, in het bewustzijn niet alleen voor mezelf te hebben geleefd.
Blijf dus altijd je eindigheid voor ogen houden, bezin je erop en verkies de stilte boven het schreeuwerige lawaai van deze wereld. Tracht dus min of meer meditatief te leven, als de intuïtieve beleving van een (gedeeltelijke of totale) eenwording met een persoonlijke god of met een diepere realiteit, zoals de betreurde Leo Apostel dat zo mooi omschreef.
De meditatie, ignatiaans, boeddhistisch of wat dan ook, is uiteraard niet het enige ritueel om het bewustzijn van onze voorlopigheid om te buigen tot diepgang en inkeer. ALLE door de tijd verdiepte rituelen verbinden het individu met onze eigen diepte en met de gemeenschap, met haar verleden en toekomst. Via verhalen, gebeden, gezangen, symbolen komen wij uiteindelijk samen. Spiritualiteit wordt zo véél méér dan het aanvaarden van zogenaamde eeuwige waarheden en waarden. Spiritualiteit bestaat dan uit bezinning, openheid, bereidheid om onszelf en de wereld te heiligen. Altijd binnen de grenzen van onze schamele maar dynamische voorlopigheid.