Vleugeltoetsen n° 4

Vleugeltoetsen

in surrealistische tijden

n°4

Op 21 maart lanceerde Mieke een oproep om een speciale nieuwsbrief aan te maken.

We zijn al aan de 4e editie toe.

Weer hebben veel vleugelaars gereflecteerd over wat we nu meemaken,

gezocht naar zin in hun leven,

zin in deze coronatijden,

en een betere wereld erna,

nu er hopelijk stilaan een einde komt aan die aparte tijd.

Dank voor de teksten & foto’s die jullie doorstuurden.
Ze zorgen voor een boeiende vierde Vleugeltoets.
We wensen jullie veel leesplezier.

! Heet van de naald !

Misschien mogen we op zaterdag 20 juni samenkomen om dit bijzondere werkjaar af te sluiten. Jullie worden dan verwittigd per mail.

Zondagse pistoletjes
in Coronatijd kijk je anders …?

Zondag morgen, pistoletjes-dag met een gekookt eitje!

Ik ben er al vroeg bij vandaag. Ik wandel langs een parkje en zie deze maanden maart en april wekelijks de natuur openbloeien. De overvloedige zon helpt echt bij dit groeiproces. Maar het is corona tijd… dus aan de bakker staan al enkele mensen buiten te wachten! Rustig wandel ik verder en sluit me aan bij de rij. Een goede dag zeggen hier en daar, maar verder is het stil.


Ineens slaan de kerkklokken 8 uur…. een geluid waar ik zo van hou en al wachtende zie ik voor het eerst dat er een groot Mariabeeld boven de deur van de bakkerij staat.

Het verwondert mij dat ik dat toch al zeker de twee jaar dat ik deze weg te voet doe, nog nooit heb gezien. Daarbij beginnen de kerkklokken, na de 8 slagen, ook nog het angelus te slaan. Dat doen ze dagelijks om 8 uur en om 12 uur.

Het Mariabeeld, de zondagse kerkklokken, ik geniet volop van deze onverwachte dingen en wanneer alles ineens stilvalt, vraag ik me af, of deze mensen in de rij, weten wat de klokken nu aangeven, na 8 uur. En of ze ook dat beeld, dat er al jaren staat, ook hebben gezien.


Ik sta daar nog wat te genieten en te dromen wanneer die rij mensen plots beweegt en het bijna aan mij is om mijn zondagse pistoletjes te kopen. Achter de toonbank staat weer die goedlachse vriendelijke studente die door dit weekendwerk haar studies helpt bekostigen. Gelukkig kan zij blijven verder werken tijdens deze lockdown.

Nog voldaan om die verwondering over al dat groen, dat Mariabeeld, die klokken en dat vriendelijk meisje, zet ik mijn weg naar huis verder, met de verse pistoletjes in mijn rugzak. Het is zondag, in coronatijd, de ganse dag!

Hilde Br.

Dag vleermuisje

Hilde V laat ons verder meelezen in haar corona dagboek …

5 april

Het wordt duidelijker dat in deze aparte tijd bouwstenen nodig zijn die niets met nuttig-zijn te maken hebben. Maar alles moet staande blijven: literatuur, kunst, muziek. Laat deze ervaring een waarschuwing zijn voor ons onderwijs. Daar dreigt deze cruciale rijkdom in de grijze of witte zak te verdwijnen.

9 april

De lente kent geen ophokplicht. De zon zegt: neem je leven in handen. Dit is geen overbodige dag, geen vervelend intermezzo tussen voor en na corona. Ik probeer niet af te tellen. Elke dag telt!

11 april

In my end is my beginning’ zegt T.S.Eliot. Het zal geen begin van hetzelfde zijn. Het wordt een andere wereld.

12 april

Aan de cijfers te zien over covid-19 zijn we nu beland op een dieptepunt. Wereldwijd grijpt dit beest om zich heen. En de armen: het hardst en het meest. Je voelt de psychische belasting. Het wordt eng, beklemmend en ontredderend voor veel mensen. En toch: wij zullen opstaan en schitteren .

O.L.Vrouw in de kapel, na de corona

Ooit kreeg ik dit beeldje van Magda van Aartselaar, die kwam regelmatig in Borgerhout naar de viering, herinner je je nog? Twee of drie jaar geleden is ze overleden. Ik heb het beeldje behouden en ze zei: ‘dat kun je ook eens maken’.

Nu heb ik dat uit eerbied bewaard en er een kapelletje omheen gezet.

Het staat nu in de Don Bosco kapel Antwerpen-Noord.

 

Ik sta hier. Met een zwart gezicht, met een indianengezicht, om het even hoe:
een vrouw die lasten draagt.

Overal ben ik bij alle mensen, wereldwijd. Mijn man is een werkloze timmerman,
en ik vecht voor de kinderen. Mijn vuist is
Ik sta hier. Met een zwart gezicht, met een indianengezicht, om het even hoe: een vrouw die lasten draagt.

Overal ben ik, bij alle mensen, wereldwijd. Mijn vuist is mijn weerstand, mijn smarten draag ik, en droog de tranen van de kleinen. Zij lopen overal, en ze zijn mijn zorg. Voor het eten en voor de troost.

Je vindt mij in de liefde zonder grenzen. Je kan mij zoeken in de verdrukking, in de blijdschap en bij de vele rijen van de straatkinderen die wachten op de goede woorden. Wij wachten ook op mekaar.

Hugo V.

dag vleermuisje …

19 april

Tja, vleermuisje, je krijgt ons allemaal waar we nooit hebben gestaan … op anderhalve meter van elkaar. En ik bedenk dat de zomervakantie er zal uitzien zoals in mijn jeugdjaren rond 1952 …geen citytrips, geen festivals, geen buitenlandse reis … wel zomers waar geen einde aan kwam omdat we ons landerig mochten vervelen.

20 april

We zitten allemaal samen in dezelfde boot. Maar is dat zo?

We zitten wel in dezelfde storm maar niet in dezelfde boot. We maken allen een tijd door waarin onze behoeftes en percepties totaal anders zijn. En ieder van ons zal op zijn eigen manier deze storm overleven. En hopelijk zien we elkaar terug in de warme generositeit van de haven.

Ik hoop dat we niet op de Titanic zitten. In dat geval zet ik mij alvast bij het orkest!

22 april

Het Beethovenjaar schuift voorbij zonder live-concerten in de zalen. De feesteling zal denken: “ ik heb ze ook niet allemaal zelf kunnen HOREN in de zaal“.

2 mei

De meiklokjes zijn helaas al uitgebloeid.

De opruimwoede is bedaard.

De zakken staan klaar.

Nu nog die recyclageparken open.

De verhalen van besmettingen en overlijdens blijven binnenkomen.

En cijfers. Cijfers met plussen ervoor. Getallen met drie cijfers. Het duizelt.

Komt er nog een zorgeloze tijd?

Hoe beleven we deze surrealistische tijden?

Enkele vleugelaars schrijven over hun ervaringen

Anne W bericht ons …

Het was voor ons toch even wennen in het begin. Geen kerkdiensten meer, Patrick thuis, geen bezoek of hulp meer kunnen bieden aan mijn moeder. Kinderen en kleinkinderen die we niet meer mogen opvangen. Het veranderde heel ons leven. Hoe kan ik me nu in deze tijd nog dienstbaar opstellen? Wat mag ik nog en wat kan ik nog? Mijn schoonmoeder die wat hulp kan gebruiken voor haar boodschappen, dat was het begin.

Maar het werd hier niet stil. Ik ben blijven werken in de parochie, mensen in nood blijven helpen. Oudere mensen die nog in hun appartement alleen leven, konden soms wel wat hulp gebruiken. Boodschappen doen was de voornaamste bezigheid maar intussen ook elektriciteitsproblemen oplossen, internetproblemen trachten op te lossen, nieuwe lampen gaan steken bij oudere mensen. Ja, ik werd steeds handiger. Maar genieten doen we zeker ook. We kunnen genieten van prachtig weer, dus krijgt onze tuin de voorrang op het huis. Een nieuwe aanleg van de tuin, tuinverlichting installeren, tuinhuisje afwerken en opkuisen.

Bloemen planten, gras zaaien, tuinstoelen onder handen nemen. Nu zijn we bezig met de tuindecoratie. Een oude ladder aan het afschuren om op de muur te bevestigen en daar wat bloempotjes aan hangen. Patrick en ik genieten eigenlijk … dank aan het mooie weer. Intussen is Patrick terug begonnen in zijn praktijk en operaties; in de parochie zijn er nog geen diensten.

En toch…in deze coronatijd zijn er mooie dingen te zien. Zo hebben wij met onze joodse gemeenschap heel mooie ervaringen gehad. Ook de joodse gemeenschap mag niet naar de synagoge. Zij doen het anders, zij bidden elke dag rond 10 uur samen. Ze openen hun ramen en bidden luidop vanuit hun woning en toch samen. Zaterdag is heel speciaal, dan zingen ze ook samen, zo mooi om te horen. Ook wij gaan aan de deuropening staan om mee te luisteren.

Enkele weken geleden werd er aan de voordeur gebeld. Een joods meisje bracht ons wat koekjes en een fles wijn. Ze wilde ons bedanken om het tolereren van hun gebeden, vanuit hun ramen werd er met handen geklapt, een hele ervaring. Vorige week stonden we mee met hen op straat om het overlijden van een opperrabijn van zoveel jaar geleden mee te vieren. Zo zien we maar, wat een coronatijd met zich ook meebrengt. Toch ook iets positiefs.

Nog even geduld. Alles komt goed.

Liesbet B brengt 2 teksten met elkaar in verband …

Enerzijds een passage uit het boek identiteit (Paul Verhaeghe(2012, p. 58)):

“Het christendom introduceerde een belangrijke wijziging die tot vandaag in onze identiteit aanwezig is, en die ons straks wel eens heel zuur zou kunnen opbreken.

Als opperwezen troont God in de hemel, onder hem staan de engelen, en op aarde is de man (mens) dat onderdeel van zijn schepping dat het dichtst bij Hem staat. Bijgevolg staat de man (mens) boven de andere schepselen.

Meer nog: hij staat boven, en dus buiten de natuur.

Tweeduizend jaar christendom heeft deze overtuiging zo sterk ingeprent dat wij er niet in slagen te redeneren in termen van immanentie, het deel uitmaken van, een onderdeel zijn van de ruimere natuur.”

Hetgeen Paul Verhaeghe voor ogen had op het moment van dit schrijven is de (dreigende) klimaatverandering.

In Knack las ik op 21 maart 2020 het volgende (tekst Hendrik Schoukens, milieujurist verbonden aan UGent)

Het coronavirus woedt in volle hevigheid. Het coronavirus herinnert ons vooral aan het feit dat de mens slechts een onderdeel is van diezelfde natuur. En er niet buiten of boven staat. De mens is en blijft een nietig wezen. Het coronavirus noopt ons tot een les in nederigheid…Het is onze als maar groter wordende honger naar meer land, ten koste van de natuur, die ons duur te staan komt. Want net door meer regenwoud te kappen, stijgen de kansen op overdracht van besmettelijke ziekten tussen dier en mens.”

Bij het uitbreken van het coronavirus en de bijhorende lockdown, hoop ik ten zeerste dat de mens nog eens nadenkt over zijn plaats in de natuur.

Op die manier kan bij de heropstart van de economie misschien ook eens grondig werk gemaakt worden van milieubewustere, innovatievere,… technieken. Velen zullen waarschijnlijk werkloos worden.. Kunnen we daar als maatschappij/individu de kansen zien en grijpen?

Jean-Marie VD schreef ons een brief …

Beste vrienden van de Vleugel,

Eerlijk, de surrogaatdinges (toets, kaars, …) zeggen me niet zoveel. De Vleugel is voor mij toch allereerst een gemeenschap van mensen die elkaar ontmoeten, fysiek, samen vieren, zingen, eten, etc. De symbolen vullen dit aan maar vervangen het niet. Stel je voor dat het ‘hiernamaals’ zoiets zou zijn: ieder in zijn bubbel en voor de rest enkel nog een tekst, een kaars, … Ik bedank ervoor. Het spijt me.

Gisteren had ik nog een telefonische babbel met Suzy. Dat is toch al iets dichter bij waar we terug heen moeten. In de voorbije weken dacht ik ook al wat na over de zomer van de Vleugel, want dat zal toch de eerste stap worden in de exit-strategie van de Vleugel. Samen fietsen bv. past perfect in dat plaatje van de exit uit de quarantaine. Je houdt vanzelf afstand en toch is er contact en beleef je samen iets. Ik heb al een fietstoer in gedachten, kortbij, hier in de omgeving van de stad, die ik al rijdend heb ontdekt tijdens mijn fietsuitstappen in de voorbije weken.

En ja, in deze Coronatijden zijn er natuurlijk teksten, liederen, symbolen, … die me raken. Ik denk aan de oorlogshit van de nu 103-jarige Vera Lynn (°1917):

We’ll meet again

Don’t know where

Don’t know when

But I know we’ll meet again some sunny day …’

Bij de 75e  verjaardag van de bevrijding kreeg de song heel wat aandacht, ook omdat hij in deze quarantaine-tijden meer dan ooit actueel is.

Ik draag hem graag op aan mijn overleden vader die, 75 jaar geleden, in mei 1945 bevrijd werd na een ‘quarantaine’ van 2 jaar in Duitsland. Twee jaar zonder bezoek,

weg van zijn ouders, broers en zussen. Vader kreeg in 1943 – hij was toen 20 jaar – een Duits oproepingsbevel voor een verplichte tewerkstelling op een boerderij in Capellenhagen (Kreis Hildesheim). In deze Coronatijden krijgt die herinnering toch wel een bijzondere betekenis. Tegen de achtergrond van dit rauwe verleden verbleken onze problemen.

Het ga jullie goed!

Zomer van de Vleugel 2020

OPROEP

Binnenkort komt de ZOMER er weer aan.

We kunnen dus aan de slag om er een mooie “Zomer van de Vleugel” van te maken, zoals Jean-Marie in zijn brief al suggereert.

Wees creatief, bedenk suggesties voor leuke activiteiten die we samen kunnen doen!

Maria Polfliet (maria.polfliet@telenet.be) kijkt reikhalzend uit naar jullie voorstellen

en puzzelt ze in elkaar tot een aantrekkelijk programma.

Graag toesturen uiterlijk op 13 juni!

dag vleermuisje …

8 mei

Tot op zekere hoogte de noodlottigheid van gebeurtenissen doorstaan in plaats van ze te proberen te doorgronden, kan soms helend zijn.

We moeten kunnen wachten. Zoals Heidegger zegt: Het wezenlijke van het zijn is wachten, zonder te verwachten.“

(uit : De kunst van het ongelukkig zijn / Dirk De Wachter)

Komt dit in de buurt misschien van de “survival of the fittest” (= de meest aangepaste) van Darwin?

12 mei

Vandaag zit ik in Tuinesië.

Als een tuin een metafoor voor het leven is , dan weet je dat er geduld nodig is en orde en regelmaat. Je kan je korianderkruid of je estragon niet sneller laten groeien. In de tuin begrijp je meer over het leven.

Er zijn wel vragen maar alleen erg voorlopige antwoorden.

Een tuin is het leven onder ogen zien. Nederig je knieën buigen voor wat wij onkruid noemen.

15 mei

De heide is énig. Ruimte. Stilte. Schapen. Zand. De bank van Hans op de schapenwandeling. De brandtoren.

En … op de grote weg vele “bubbels” op stap.

Maar voor sommigen ziet het er een heus “ bubbelbad” uit.

Carpe Diem! zei Horatius: “terwijl wij staan te spreken, vlucht vol spijt het leven. Pluk de dag, verwacht maar weinig van de morgentijd“.

Vrijheid én dood in één ademtocht.

20 mei

De zomer is al begonnen.

En elke week vliegt voorbij.

De anderhalve meter is een tic geworden.

En het handen wassen een zegen voor ons tuintje omdat we al het water opvangen in een teiltje.

En het Peerdsbos blijft onze mooiste citytrip en het lekkerste bosbad!

 

 

Wij gedenken

Egbert Rooze

op 18 april is Egbert Rooze op 71 jarige leeftijd

geheel onverwacht overleden.

Hij was een bevlogen spreker van wie we vaak boeiende toelichtingen en inspirerende boekvoorstellingen hebben beluisterd.

 

Schepping is bevrijding

Hugo V schrijft ons:

Ik heb de boeken van Egbert Rooze nog eens vastgenomen, als herinnering aan die enthousiaste man met wijze woorden.

Zijn boek ‘Schepping is bevrijding : verrassende ecologie in de Bijbel’ gepubliceerd bij uitgeverij Halewijn in 2009, heeft nog niets aan actualiteit ingeboet, zoals b.v. blijkt uit het hoofdstuk ‘Tien geboden voor een eco-ethiek’ (pag. 167-168).

Het eerste gebod in die reeks luidt: ‘Een gezonde argwaan tegenover de machtigen der aarde is op zijn plaats. Nu zij ruiken dat, met de meerderheid mee, er geld te verdienen valt met het ‘groene bewustzijn’, moeten we dubbel opletten’

En het vijfde gebod: ‘Het verband tussen de adam en de adamah (levensgrond, mensbodem) is inspirerend. Het besef van op elkaar aangewezen te zijn is de grondslag voor een humane-ecologische ethiek. Zoals je de mens behandelt, ga zo ook met de mensbodem om’.

Ook hoofdstuk 3 ‘Heilig de sabat(ten)’ (pag. 47-77) bevat heel wat zinvolle ideeën over hoe alles tot ‘rust’ kan komen : de aarde, de mens, zijn schulden, zijn alles vergende economie.

Ik kan het iedereen aanraden om dit boek eens opnieuw te lezen.

 

 

Agnes Van Voren

op 13 mei is Agnes Van Voren overleden op 94 jarige leeftijd.

Ze kwam vaak naar de Vleugel en was, als een stille figuur, vriendelijk en minzaam in onze gemeenschap aanwezig.

Op haar gedachteniskaartje lezen we een mooie tekst van Toon Hermans, ook typerend voor wie zij was, altijd op zoek…

Ik heb gezocht,

gevonden en verloren

en weer opnieuw gezocht

totdat ik het weer vond

een mens wordt zoveel meer

dan ééns geboren

en voor wie zoekt is op ‘n dag

de cirkel rond.”

Uit je bubbel

Ze kwamen uit hun bubbel
weken van eenzaamheid doorbroken
het ging wel, in het virtuele verbonden

Maar nu als eerste stap
behorend tot elkaars kring
het mag door angstige virologen gezegd

Het was nog even wachten
wie laat ik toe wie niet
het afwegen van diepte en nood

Maar ook het leven dat roept
en dan de stap
ik ga naar mijn vriend, een vriendin

Het was aarzelend
als draaien rond elkaar
niet aanraken maar zien

Lachen met het corona kapsel
de glimlach voelen
en hem ergens ruiken
van op afstand

Wat wandelen
met ogen, neus en mond vrij
twinkeling zien en vooral verlangen
de knuffel die ooit komt

Maar het is al lachen als weleer
en vertellen wat langs het machientje niet ging
even te dicht komen
een uitdaging bijna

We springen niet van elkaar
want we naderen
als diepe verbondenheid die mag zijn
net niet geraakt in dat nieuw verbod

Het verbod, ooit verguisd
nu met de dood aanvaard
een gebod uit respect
en ergens liefde
het niet raken van mens tot mens

En toch raakt het mij
ik ween om hem of haar
het was zo mooi
die ogen, die lach
in de geur van het leven

Ook al is er een gebod
gij zult niet….
het is ook mooi
omdat je geniet van wat wel kan

En dat is genoeg
een leerschool voor het leven
leren leven met wat niet kan
en toch genieten
in de verbondenheid van het leven.

Bert L

 

 

Tot kijk … in een volgende Vleugeltoets …? slotviering …? Zomer van de Vleugel …?