22.05.2010 Pinksteren

Toelichting werd gehouden door Mark Lambrechts.

 

1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3

 


 

Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13 Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

 

Het Pinksterfeest heeft een lange voorgeschiedenis. Oorspronkelijk was Pinksteren een oogstfeest, een dankceremonie voor het gewas dat tot leven was gekomen (Nico tere Linden, Het verhaal gaat…, 2003, Balans, p. 100-103). In het oude Israël werd er tweemaal dank gezegd voor de oogst: met Pesach (Pasen) voor de eerste gerst die werd geoogst en zeven weken later, met Sjavoeot (het Wekenfeest), voor de rijke tarwehalmen die werden verzameld. Het voorschrift om dan te feesten was voorgeschreven in Deuteronomium (16,9-10) : “Zeven weken moet u aftellen: zeven weken nadat de eerste sikkel in het koren is gezet, moet u voor de Heer, uw God, het Wekenfeest vieren, zo uitbundig als uw vrijwillige gaven het toelaten, naar de mate waarin de Heer, uw God, u zegent.” In de loop der geschiedenis heeft Israël de oogstfeesten geleidelijk een meer religieuze inkleuring gegeven, die gekoppeld werd aan het rijke verleden van dit volk. Zo werd bij Pasen de uittocht uit Egypte herdacht en de bevrijding van de slavernij en het Pinksterfeest werd gekoppeld aan het verbond met Jawheh op de berg Sinaï, wanneer Mozes daar de stenen tafelen met de tien geboden ontvangt. Op het ogenblik dat God op de Sinaï verschijnt, begint het te donderen en te bliksemen, hangt er een dreigende wolk boven de berg en daalt de Heer neer in vuur. (Exodus 19, 16.18). Volgens de Talmoed, de Joodse commentaar bij de Bijbel, zouden deze geboden op Gods bevel door de engelen in zeventig talen voor alle volken van de wereld zijn vertaald.

De lezing over het Pinkstergebeuren, die we zojuist gehoord hebben, vertoont veel gelijkenis met de overhandiging van de geboden. Om te beginnen op het gebied van de weersomstandigheden : “er klonk vanuit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag”, maar ook inzake de wijze van verschijnen van de goddelijke geest : “er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten”.

En op dat ogenblik, wanneer de vuurtongen zich verspreiden, worden allen vervuld van de Geest. In een mooie homilie over Pinksteren, die de in deze omgeving zeer gewaardeerde Pater Edward Schillebeeckx - die eind vorig jaar overleed en hier in de Vleugel nog met een mooie homilie van Ignace d’Hert herdacht werd begin januari van dit jaar - op het Pinksterfeest van 1988 uitsprak, stelt deze beroemde theoloog dat Gods Geest voor ons eigenlijk de grote onbekende is gebleven, een beetje “zoals de wind die je niet ziet, maar alles beweegt, in leven houdt en doet trillen”.[1] Net zoals men de boom herkent aan zijn vruchten (Luc., 6,44), kun je ook de Geest (en zijn gaven, 1. Kor. 12, 1-31) maar herkennen als hij ook effectief in werking is. Pater Schillebeeckx wijst erop dat die Geest zeker aan het werk was in het visioen van bevrijding dat Jezus voor ons ontvouwd heeft, maar zeker ook in de gemeenschap die nadien in Jezus’naam ontstond : “Zij waren één van hart en hadden alles in gemeenschap ; er ging een kracht van hen uit, want niemand was in nood of gebrek” (Hand., 4, 32). Terecht wijst Schillebeeckx er ook op dat de Geest niet zozeer iets persoonlijks is, maar eerder iets gemeenschappelijks. We kunnen Jezus’ visioen van gerechtheid en liefde maar vasthouden, als we het ook samen delen en dragen, als we een onderlinge geestesverwantschap ontwikkelen waarin dat visioen kan gedijen. De Geest verschijnt ook alleen maar bij de apostelen op het ogenblik dat ze “allen bij elkaar” waren. (Joh., 2,1).

De Geest is vooral een stille kracht, die aangevoeld wordt wanneer gebroken wordt met persoonlijke dada’s of eigen voorkeuren, en we getroffen worden nieuwe contacten die ons opnieuw doen verlangen om open en eerlijk met elkaar om te gaan. Gods geest maakt alles nieuw. (Ap., 21,5).

Gods geest ontstaat niet door een individuele prestatie, het is een goddelijke genade die ons overvalt. Terecht beklemtoont Schillebeeckx ook dat Pinksteren in de eerste plaats een Christusfeest is. De Geest is het Paasgeschenk van Christus. Het is pas nadat Jezus na zijn dood opgenomen is bij zijn Vader, dat hij van bij de Vader de Geest kan zenden (Joh., 16,7). Door de gave van de Geest worden wij geestvervulde mensen, die in staat zijn tot verlossing en bevrijding.

Men moet die geest niet te ver gaan zoeken, die geest komt vaak onverwacht naar ons, in hele kleine dingen, in toevallige ontmoetingen, het hoeft helemaal niet spectaculair te zijn. Hilde Van Putten omschreef die geest in haar mooie gedicht “HET” terecht als een “het”, in de zin zoals ze soms van iemand zeggen: “die heeft “het”” en men dan bedoelt dat deze persoon met iets begenadigd is.

Ik ben hem vorige zondag nog tegengekomen. Op uitnodiging van een vriend ging ik mee op wandeltocht naar Diest met het thema “August Cuppens achterna”. Het past te zeggen in deze meimaand dat August Cuppens, die daar in die Dietse omgeving pastoor is geweest, het Marialied “Liefde gaf uw duizend namen” precies 100 jaar geleden heeft geschreven. Het was de allereerste keer dat ik meedeed met een organisatie van de Vlaamse Wandelfederatie. Welnu, elke zondag zijn er een tiental verenigingen, die zich verantwoordelijk voelen om ergens in een mooi stukje natuurgebied in Vlaanderen een wandeling (met verschillende afstanden, al dan niet voor rolstoelgebruikers) uit te tekenen. Daarvoor zijn er tal van vrijwilligers nodig. Zo zijn er mensen die zich bezig houden om de signalisatie van de verschillende wandelingen voor te bereiden (zodat niemand verkeerd loopt), de inschrijvingen te organiseren, voedsel- en drankbonnnetjes uit te reiken op de verschillende bevoorradingsplaatsen, soep te maken, broodjes te smeren, ja zelfs taart en gebak mee te brengen, etc. ’s Avonds moet ook alles weer opgeruimd zijn, zowel al de tekens en borden van de wandeling evenals de bevoorradingscentra die geïnstalleerd worden in scholen of culturele centra. Ik zag daar ongelooflijk veel enthousiaste en vriendelijke vrijwilligers. Het waren bijna allemaal vijftig plussers, die gratis en voor niks hun beste beentje voorzetten. Zaterdag was er op die wandeling 1800 man geweest en zondag was er minstens zo veel volk geweest. Je kan je wel indenken hoeveel broodjes er vooraf moesten gesmeerd worden door die vrijwilligers ! Het was sinds lang mooi weer, iedereen was goed gezind en iedereen praatte met elkaar, wandelaars uit alle streken en kanten van het land. Onbekenden die plots totaal open werden voor elkaar en het simpele plezier van het wandelen met elkaar deelden. Dankzij de gratis inzet van al die vrijwilligers genoten duizenden mensen een paar mooie dagen. Als dat geen Pinksteren is…

Ook toen de apostelen van de Geest vervuld waren, begonnen ze op luide toon te spreken in alle talen. Ook zij wilden hun vreugde delen en wel in de verschillende talen van hun medemensen, zoals hun door de Geest was ingegeven. Lucas vertelt ons dan hoe multicultureel Jeruzalem in die dagen was. Zeven volken en tien landen noemt hij op. Voor de Jood van die tijd was het eigenlijk de hele wereld ! Het zijn de zeventig volken waar de Talmoed over spreekt. En al die volken horen tot hun stomme verbazing in hun eigen moedertaal de apostelen spreken over Gods grote daden. Uiteraard worden ze op die manier het meest persoonlijk aangesproken. De taalverscheidenheid, na de toren van Babel de straf van God, is na de nederdaling van de Geest, geen bezwaar meer om te luisteren naar het verhaal van God en zijn grote daden. Dit verhaal is cultuuroverschrijdend, tenminste voor wie ook echt wil luisteren. Voor de anderen is het maar dronkemanspraat. God laat ons steeds de keuze in te gaan op zijn woord of niet.

Dat God de apostelen vanaf de aanvang van de uitbouw van een kerkgemeenschap in staat stelt om hun boodschap in zo veel verschillende talen te verkondigen, is ook vandaag nog van belang voor onze kerk, die geen schrik mag hebben om Gods woord met verschillende accenten, aangepast aan tijd en plaats, over te brengen. Daarbij is de Geest ook belangrijker dan de letterlijke tekst. De Geest is de Adem die het woord draagt.

Beste vrienden, sommige dagen stemt de Kerk ons droef, dan is het alsof dit instituut niet in staat is om “de éne heilige katholieke en apostolische kerk” te zijn, waarin we volgens het credo van Nicea willen geloven. Deze Kerk is een voorafbeelding van het toekomstvisioen over een nieuwe mensheid, het is het Rijk Gods dat Jezus ons beloofd heeft.[2] De Geest van Pinksteren is er nu juist om ook in moeilijke tijden die we hier bij ons beleven, waarin de media geen of onzorgvuldige aandacht aan de uitbouw van dit Rijk Gods besteden, toch positief te blijven. Overigens wie goed ziet, zal vaststellen, dat er ook in onze kerkgemeenschap nog vele mooie realisaties zijn, zowel op spiritueel, esthetisch als op sociaal gebied. Ook hier geldt het levensdevies van de wetenschapsfilosoof Karl Popper : “Optimisme is onze morele plicht”. Vinden jullie ook niet dat wij christenen eigenlijk altijd goed gezind zouden moeten zijn ?

Precies omdat Pinksteren mensen met elkaar in dialoog laat gaan, vieren we op het Pinksterfeest ook de vergiffenis van de zonden. In het Johannes-evangelie horen we hoe Jezus zelf ook oproept tot een geest van vergevensgezindheid : “Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven”. (Joh., 20,23). Het is dan ook goed dat wij naar aanleiding van dit Pinksterfeest in een geest van verdraagzaamheid elkaars fouten ook oprecht vergeven, opdat wij op die manier nog meer gemeenschap onder elkaar mogen zijn, een geloofsgemeenschap van vrienden, hoe verscheiden we ieder individueel ook mogen zijn. Moge Gods Geest ons daartoe zegenen. Amen.

 

Mark Lambrechts



[1] Schillebeeckx, E., Om het behoud van het evangelie. Evangelieverhalen, deel II, Baarn, H. Nelissen, p. 85-90.

[2] Van Neste, F., “De Kerk moet zich bekeren”, Kerk en Leven, 19 mei 2010, p. 6.

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

November 2017
M D W D V Z Z
30 31 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 1 2 3

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen