2018.03.03 Putervaringen

Bijbelse put-ervaringen: Jeremia

Toelichting werd gehouden door Paul Kevers

Inleiding op de lezing

Jeremia was profeet in de laatste jaren van het koninkrijk Juda. Jeruzalem stond onder druk van het grote Babylonische rijk, dat steeds machtiger werd en zijn heerschappij wilde uitbreiden. Jeremia zag dat voor zijn ogen gebeuren, en als kritische waarnemer trok hij twee conclusies: een morele en een politieke.

Hij meende dat de dreiging van Babylonië een straf van God was voor het morele verval in Israël. En daarom riep hij op tot bekering: “Kom tot inkeer, volk van Juda en Jeruzalem, keer terug tot de heer voor het te laat is!” Maar Jeremia had ook politiek doorzicht. Hij besefte heel goed dat verzet tegen het oppermachtige Babylonië totaal zinloos was en de ondergang van Jeruzalem alleen maar zou bespoedigen. En daarom luidde zijn politieke boodschap tot de koning en de leiders van Jeruzalem: “Verzet u niet, sluit geen hopeloze coalities met Egypte maar geef u over aan de Babyloniërs, misschien zal de stad dan gespaard blijven!”

Niemand wilde naar Jeremia luisteren. Ze vonden hem een zagevent, een pessimist, een onheilsprofeet die met de vijand heulde. “Ons kan niks overkomen,” zeiden ze, “wij hebben toch de tempel van jahweh in ons midden!” Niemand wilde luisteren, maar Jeremia kreeg gelijk. De Babyloniërs belegerden Jeruzalem, namen de koning gevangen en zetten in zijn plaats een andere koning op de troon, een stroman, een vazal van Babylonië, Sedekia. Dat was een besluiteloze zwakkeling die meedraaide met de wind en niet wist naar wie hij moest luisteren, naar zijn eigen raadgevers in Jeruzalem of naar Jeremia? In die context speelt zich het verhaal af over ‘Jeremia in de put’, dat we nu gaan horen.

Lezing: Jeremia 38,1-13

Toelichting

Ze gooien Jeremia in de put. Ze laten hem wegzinken in de modder. Ze denken dat daarmee het probleem van de baan is: ze schieten op de boodschapper en stoppen hun oren dicht. Ze zijn ziende blind en horende doof. Koning Sedekia laat begaan.

Eén is er die verontwaardigd is over zoveel dwaasheid. Ebed-Melech de Nubiër. Een vreemdeling met een zwarte huid. Hij ziet een mens die vermoord wordt en hij komt tussenbeide. Hij neemt het op voor Jeremia. Koning Sedekia, de windhaan, laat zich ompraten.

Het valt mij op hoe weinig woorden de verteller besteedt aan de actie van de leiders van Jeruzalem: “Ze lieten Jeremia met touwen in de put zakken.” Punt, gedaan. En hoe uitgebreid hij de reddingsactie van Ebed-Melech beschrijft, hoe zorgvuldig de Nubiër te werk gaat: hij zoekt oude lappen in de kelders van het paleis, hij laat die met touwen tot bij Jeremia zakken, Jeremia moet die lappen onder zijn armen binden en daar het touw omheen doen – opdat de profeet zich toch maar niet zou kwetsen! Dan trekken ze hem – met dertig man! – voorzichtig naar boven. Op die manier zet de verteller de actie van Ebed-Melech in de verf en laat hij zien dat hij partij kiest voor deze laatste. Er is dan toch één rechtvaardige in Jeruzalem overgebleven – en het is nog wel een vreemdeling.

Ondertussen laat dit verhaal, en de hele context ervan, ons ook aanvoelen waaraan men een ware profeet herkent. Ik noem vijf kenmerken. En die kunnen misschien ook helpen om in onze tijd de ware profeten van de valse te onderscheiden.

1) Een ware profeet is iemand die, zoals Jeremia, een scherpe analyse maakt van de samenleving. Iemand die de tekenen van de tijd ‘ziet’ en verstaat. (Wie zijn dat vandaag? Sommige journalisten? Wetenschappers? Bepaalde organisaties?)

2) Wat hij gezien heeft, zal hij ook verkondigen. Een ware profeet zwijgt niet, maar zegt waar het op staat, ook al wordt zijn boodschap niet graag gehoord. (Ook vandaag zijn er velen die liever zwijgen en hun kop in het zand steken, dan een ‘inconvenient truth’, een ongemakkelijke waarheid te verkondigen.)

3) Een ware profeet praat de mensen niet naar de mond. Hij is onafhankelijk en heeft geen enkel persoonlijk voordeel bij wat hij verkondigt. (Profeten die dat wel hebben, en die zich laten betalen voor wat zij doen, noemt men ‘broodprofeten’ – maar dat zijn dus valse profeten. Ik moest bv. denken aan de multinational Monsanto die zelf wetenschappers betaalde om een gunstig rapport te schrijven over glyfosaat – de onkruidverdelger Roundup.)

4) Een ware profeet ondervindt tegenstand, maar dat schrikt hem niet af. Hij is bereid te lijden om zijn boodschap. Zie maar naar Jeremia, hij heeft het aan den lijve ondervonden – en na hem nog vele anderen, tot op onze dagen.

5) Een ware profeet is niet tegendraads alleen maar om tegendraads te zijn. Hij protesteert niet omdat hij dat graag doet of omdat hij zich persoonlijk tekortgedaan voelt. (Hier moet ik bv. denken aan bepaalde proteststemmen tegen het inschrijvingsdecreet voor het onderwijs. Zijn die werkelijk ingegeven door het algemeen belang, of willen ze alleen een elite beschermen?) Een ware profeet wordt bewogen door iets dat groter is dan hijzelf. Door een sterk solidariteitsgevoel met de zwaksten bijvoorbeeld. Of door wat de bijbelse profeten noemen: de stem van God. “Zo spreekt de heer” – “Godsspraak van de heer”. Een ware profeet protesteert niet uit gekwetste eigenliefde (zoals Jona vorige week), maar vanuit zijn geloof in God.

Zo ook Jeremia. Hij moet zich dikwijls heel eenzaam gevoeld hebben. Jeremia bleef ongehuwd, hij had geen kinderen (Jr 16,2). Hij had ook nauwelijks vrienden. Baruch misschien, zijn secretaris, die zijn woorden opschreef… Zijn enige echte vriend was God, die hem gezonden had, en bij wie hij zijn beklag kon doen. Dat heeft Jeremia dan ook vaak gedaan. Ik lees een stukje voor uit hoofdstuk 20:

“De hele dag lacht men mij uit, iedereen drijft de spot met mij. Telkens als ik het woord neem, moet ik schreeuwen, en ‘geweld en onderdrukking!’ roepen… Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn Naam.” U hoort het: Jeremia wil het opgeven, hij heeft niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk in de put gezeten. Maar dan gaat hij als volgt verder: “Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente… De heer is bij mij als een machtig strijder.”

Jeremia heeft vaak op God gevloekt, maar God was ook zijn laatste toeverlaat, bij wie hij kracht putte.

En dan was er natuurlijk Ebed-Melech. Zonder hem was Jeremia wellicht gestikt in de modder van de put, en hadden wij nooit iets over hem vernomen. Wij mogen Ebed-Melech dankbaar zijn.

Voorbede

Geven wij aandacht aan, of bidden wij:

voor hedendaagse profeten die heldere analyses maken van onze samenleving
en onze ogen openen voor wat er gaande is,
dat zij blijven spreken.

voor mensen die
vanwege de keuze die zij maken om op te komen voor de waarheid
door anderen bespot en verguisd worden,
dat zij de moed niet opgeven.

voor mensen die eenzaam zijn, die in de put zitten,
dat zij gevonden worden
door iemand die zich om hen bekommert.

En voor de Ebed-Melechs in ons midden,
dat zij gewaardeerd worden om wat zij doen,
en dat wij moge beseffen dat redding vaak uit onverwachte hoek komt,
van iemand van wie wij dat het minst verwachten.

[intentieboek]

En geven wij aandacht aan al wat er nu nog opkomt in ons hart
aan hoop en vrees,
aan wat ons dankbaar stemt of zorgen baart…

Paul Kevers

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

September 2018
M D W D V Z Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen