2017.09.23 Zwaarden omsmeden tot ploegen

Toelichting werd gehouden door Herman Wauters.

 

De zaligsprekingen herschreven :

Zalig die arm zijn voor God en ontwapenend in het leven staan.

Zalig die wenen en niet laf en onverschillig voorbijgaan aan het onrecht.

Zalig die zachtmoedig zijn en geen geweld gebruiken.

Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, en opkomen voor de waardigheid van elke mens.

Zalig die barmhartig zijn, die vergiffenis geven en ontvangen en openstaan voor verzoening.

Zalig die zuiver zijn van hart, waarachtig en trouw.

Uit ‘Zalig die vrede stichten’ een artikel van Jo Hanssens in Kovel nr 39 “

Beste mensen,

Tijdens de zomermaanden liep er een schitterende film in de Antwerpse cinemazalen. Niet meteen een moment om weg te duikelen in een donkere, floere omgeving. Maar het onderwerp sprak me dermate aan dat Siska en ik een regenachtige dag uitkozen om ons toch te begeven naar een knusse, kozie zetel.

Na zeventig jaar onafhankelijkheid van India en Pakistan bracht men de laatste dagen van het Brits koloniaal bewind op dit subcontinent in beeld: “The Viceroy’s House”. De laatste onderkoning, Lord Mountbatten, stond voor een verschrikkelijke opdracht, met name een geweldloze overdracht te realiseren van een bevoogdende onderwerping naar een autonome soevereine gemeenschap. Mountbatten en zijn gemalin werden als het ware gedwongen om in te stemmen met een verdeling tussen een moslim- en een seculiere staat, respectievelijk West- en Oost-Pakistan (later Bangladesh) en India. Zeer tegen de zin van Mahatma Gandhi, de vader van de geweldloosheid en van de natie. Hetgeen men wilde voorkomen brak massaal uit: allerlei gewelddadige acties tussen de opgezweepte, verdeelde massa. Het werd verkocht als rivaliserende gemeenschappen, godsdienstig geïnspireerde rellen. Enkel Gandhi kon deze vloek breken met vijf dagen vasten. Kort daarna – hij was nog aan het recuperen- werd hij vermoord door een eigen fanatieke geloofsgenoot.

Hiermee is de toon gezet als het gaat over geweldloosheid. Vasten was voor Gandhi méér dan een tactiek of een middel. Hij vastte omdat zijn innerlijke stem hem daartoe opriep. Deze stem beschouwde hij als de stem van God. Het was voor hem dus gehoorzamen aan de roep van God. Hij noemt het zelf ‘zelfovergave ten behoeve van de ander, van GOD’. Dit was zijn spirituele weg die voor hem onlosmakelijk verbonden was met zijn weg van de sociale actie.

Gandhi liet zich ook vaak inpsireren door anderen. De bergrede van Jezus van Nazareth maakte op jonge leeftijd al diepe indruk op hem. Al wiegerde hij zich te bekeren tot het christendom toch kon hij zich volledig vinden in de woorden van de bergrede. Hij vertaalde deze gedachten in zijn dagelijks gebed:

“ In alle nederigheid zal ik mij inspannen liefdevol, waarheidslievend, eerlijk en zuiver te zijn; niets te bezitten dat ik niet nodig heb; mijn loon te verdien door mijn werk; voortdurend waakzaam te zijn op wat ik eet en drink; steeds onverschrokken te zijn; de andere godsdiensten te eerbeidigen als de mijne; en er naar te streven steeds het goede te zien bij mijn naaste; trouw de zelfbeschikking na te streven; en een broeder te zijn voor al mijn broeders. “

Toen de Schotse schrijfster Isabella Fyvie Mayo, volgelinge van Leo Tolstoij, vernam dat het boek van Gandhi over ‘Home Rule for India’ verboden was, reageerde ze als volgt: dat dan ook de Bijbel maar verboden moest worden. Gandhi’s ideeën zijn slechts een praktische invulling van de voorschriften van de Bergrede, beweerde ze.

Martin Luther King zou later over Jezus en Gandhi zeggen: “Christus gaf ons geest en motief, Gandhi gaf de methode.” Waaruit bestond dan zijn methode?

Voor Gandhi hingen doel, middel en methode onlosmakelijk aan elkaar vast. Gandhi hield eigenlijk niet van het woord ‘non-violence’ (geweldloosheid). Het zou teveel passiviteit in zich sluiten. Hij hanteerde daarom een door hem geïntroduceerde term: Satyagraha, wat zoveel betekent als ‘de Kracht van de Waarheid’. Naar die waarheid zou hij trouwens heel zijn leven op zoek blijven.

Satyagraha tracht conflicten op te los­sen door de tegenstander te overtuigen van de gemeenschappelijke waarden van de geweldloze visie, namelijk dat hij, wij, veel meer hebben te winnen bij harmonie dan bij tweedracht. Het is altijd een hoofddoel van Satyagraha deze ommekeer bij de tegenstander te­weeg te brengen, ofschoon de feitelijke methoden kunnen wisselen al naar gelang de omstandigheden. En wat velen niet weten, Gandhi verkoos nog liever geweld dan lafheid of passiviteit. Doch dit soort geweld heeft hij nooit zelf toegepast, tenzij enkel gepropageerd door op te roepen mee te doen met de Britten tijdens WO I, (tijdens WO II zou hij zijn mening herzien en oproepen tot een individuele ongehoorzaamheid), bij het verjagen van een apenplaag in zijn ashram én tijdens een maandenlang dispuut met zijn vrouw over het reinigen van de toiletten. Van dit laatse zou hij jaren later nog spijt hebben.

Satyagraha probeert niet, zoals het bij gewelddadige methoden ge­beurt, de oplossing buiten de tegenstander om te zoeken. Integen­deel, Satygraha tracht de tegenstander te transformeren, hem als deelne­mer en begunstigde bij de oplossing te betrekken en ‘streeft ernaar beide partijen te verheffen’. Gandhi beschouwde de tegenstan­der niet als een vijand die overwonnen moet worden, maar als een medestander in het zoeken naar een waarachtige oplossing voor het conflict. In plaats van hem uit de weg te ruimen, probeerde hij hem te winnen voor de waarheid, ‘hem van zijn dwaling af te brengen’.

‘Satyagraha’ was voor Gandhi een begrip dat niet alleen sloeg op het niet gebruiken van geweld, maar ook holistisch moest worden geïnterpreteerd en dus heel het leven doordrong, ook de socio-economische maatschappelijke orde. Hij ontwikkelde zijn ideeën hierover in een periode van volle expansie van de industriële revolutie. In weerwil van het gangbare idee van zowel kapitalisten als communisten dat de vooruitgang van de industrie de armoede van velen zou doen oplossen, pleitte de Mahatma voor kleinschalige, lokale dorpsentiteiten. Zijn ideaal en constructief alternatief van het industrieel militair complex was de soevereiniteit van het dorp. Zijn motto klonk: ‘Think global, act local’.

Zijn ashram (gemeenschap) was een oord waar mannen en vrouwen samen het leven deelden en experimenteerden met de zoektocht naar ‘Waarheid’. Zo toonde hij aan de wereld dat geweldloos samenleven geen droom hoeft te blijven. En dat de bergrede heel praktisch dient geïnterpreteerd te worden.

Donderdag las ik in de krant dat vijftig landen een verdrag ondertekenden tegen kernwapens. De kernmachten en bijna alle lidstaten van de NAVO stemden tegen, op Nederland na. België onthield zich ondanks eerdere uitspraken over een kernwapenvrije wereld. Woorden en daden liggen soms ver uit elkaar. De VN-ambassadeur, Nikki Haley zei hierover: “Ik wens mijn gezin en de wereld niets liever toe dan een wereld zonder kernwapens, maar we moeten realistsich zijn.” Als we de Bergrede praktisch interpreteren, is die dan niet meer realistisch? Of hebben we nood aan vrijplaatsen, mensen die durven de eerste stap te zetten?

Misschien kunnen liturgische diensten als deze ook vrijplaatsen zijn of worden om de geweldloosheid verder te oefenen. Zou Jezus uit Nazareth dat ook zo bedoeld hebben? Ik wens het jullie alvast van harte toe!

Herman Wauters

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Oktober 2017
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen